Franciscus van Assisi: een verfrissend verhaal

De milieubeweging beroept zich op Franciscus. Hij heeft meer dan eens strijdende partijen tot verzoening gebracht. Het bekende verhaal over ‘de wolf Gubbio is in feite een tekst over het omgaan met conflicten.

Toen paus Johannes –Paulus II de leiders van de wereldgodsdiensten uitnodigde voor een gezamenlijk overleg, deed hij dat niet toevallig in Assisi. Franciscus heeft kennis gemaakt met de Islam. Hij heeft hun godsdienstbeleving gewaardeerd, hij vond dat wij op een aantal punten van hen konden leren. In zijn eerste regel geeft hij aan hoe zijn broeders kunnen leven en, zeer opvallend zeker voor die tijd, hij benadrukt dat ze niet op de eerste plaats die mensen moeten bekeren (1 Reg MB 16,5-6)

Franciscus heeft sterk de nadruk gelegd op de armoede, op het kiezen van de kant van de minsten in de samenleving .Zijn zorg voor melaatsen is daarvan een concrete uitdrukking. In feite levert hij zo kritiek op het toen beginnend ‘middeleeuws kapitalisme’. Het is niet moeilijk om van daar de sprong te maken naar actuele problemen.

Franciscus is mijns inziens niet met een vooropgezet plan actief geweest op al die terreinen. Hij had gewoon een open oog voor de problemen van zijn tijd. Hij heeft er ook bewust op gereageerd.

Wat is hij nu? – een vredesactivist, een man van de milieubeweging, een maatschappelijk geëngageerde, een voorstander van de dialoog tussen godsdiensten? En vooral: hoe hangt dat samen?

Men kan de betekenis van Franciscus ook belichten van uit zijn rol als ordestichter. Rond Franciscus is een hele beweging ontstaan. Hij heeft snel broeders gekregen. Hij zag zichzelf wel niet als ‘stichter’, hij heeft herhaaldelijk gezegd dat dit hem is overkomen. Maar hij werd in feite de voortrekker, het gezag, het leidende voorbeeld van een sterk groeiende groep. Na tien jaar waren ze al met minstens drieduizend. Clara heeft zijn levensvisie en regel overgenomen en aangepast voor vrouwen. Nog later hebben zich getrouwde mensen aangesloten en een ‘derde orde’ gevormd. Gedurende tien jaar is Franciscus de hoofdverantwoordelijke geweest van zijn broeders.

Men herkent zijn hand in de regels van de orde (het zijn er namelijk twee). Hij heeft zijn broeders uitgestuurd, eerst in Italië, dan over de Alpen, naar Frankrijk, Engeland, de Duitssprekende landen, Marokko… Ook in de Anglicaanse en in de lutherse kerken bestaan vandaag franciscaanse gemeenschappen.

Natuurlijk is hij ‘Sint Franciscus’. Maar ik vermoed dat hij niet enkel aanspreekt door zijn religieuze boodschap. Of liever, die boodschap was gekleurd door zijn ongewone en veelzijdige persoonlijkheid. Hij was een charmant iemand. Al in zijn jonge jaren viel hij op door zijn goedhartigheid (voor bedelaars bv.), zijn generositeit (zijn vrienden aten en dronken graag op zijn kosten!), zijn hoofse manieren. Zie maar wat de ‘Drie Gezellen’ (één van de oudste getuigenissen) daarover schrijven: ‘Hij bezat echter in zijn spreken en optreden een als het ware ingeboren hoffelijkheid. Van nature was hij er te gevoelig voor iemand ooit een kwetsend of gemeen woord toe te voegen en hij zou dit ook nooit doen. Zelfs kwam hij er toe, hoe verzot hij ook was op geestigheden en hoe gemakkelijk hij zich ook liet gaan, het vaste voornemen te maken om nooit een antwoord te geven aan iemand die hem gemene dingen zei. Al gauw werd in de hele streek hierover gesproken en werd hij zo bekend dat velen die van hem hoorden, gingen zeggen dat er wel iets groots uit hem zou groeien’ (3Gez 3).

Hij had ongetwijfeld opvallende eigenschappen. Ik wil er een paar aanhalen.

Franciscus was een acteur. Trouwens, ziet hij zichzelf en zijn broeders niet als ‘joculatores’, de narren, de clowns (zij het die van God)? Wat ik hier vooral bedoel, wat men duidelijk terugvindt in de eerste levensbeschrijvingen, is dit hij had talent voor en wellicht nood aan uitbeelden. Hij voelt mee met de bedelaars en hij maakt zichzelf tot bedelaar: hij wisselt van kleren met één van hen. Is de kerstviering in Greccio niet één grote enscenering? We weten dat hij zijn preken dikwijls afsloot met één of ander toneeltje. De bekende episode waar hij door zijn vader voor het gerecht gedaagd wordt, al zijn kleren uittrekt en die aan de voeten van zijn vader legt – is dit geen subliem toneel? De bedoeling is duidelijk, hij speelt geen komedie, maar om het op die manier te doen, daarvoor moet iemand de juiste feeling en ingesteldheid hebben. Franciscus is zo gebleven tot het einde. Als hij gaat sterven, laat hij zich naakt op de aarde leggen. Je moet er maar opkomen.

Franciscus had een speciale band met dieren (1 Cel 77). Overigens met heel de natuur. Het Zonnelied is daarvan een sterke getuigenis. Maar ik beperk me hier tot de dieren. Celano geeft er vele voorbeelden van (zie 2 Cel 165-171). Meer dan eens heeft hij de vogels gevraagd om te zwijgen zo lang hij en zijn broeders willen bidden. In 2Cel 47 lezen we hoe een nest roodborstjes een tijd lang a.h.w. deel uitmaakten van de communiteit waar Franciscus toen woonde. De ouders brachten hun nest jongen groot in de hut van de broeders, ze trippelden tussen hen door en aten met hen mee. Geen wonder dat dergelijke dingen werden doorverteld. Vandaar ook de vele afbeeldingen waar Franciscus door dieren is omgeven. Hoe men dat kan verstaan of verklaren weet ik niet goed, maar heel zeker heeft dit ertoe bijgedragen dat Franciscus bewonderd en geliefd werd.

Franciscus was een man van muziek en poëzie. Dat had hij van jongs af aan. Sommige biografen laten hem met zijn vader meegaan op diens handelsreizen naar Frankrijk. Daar zou hij kennis gemaakt hebben met de muziek van de ‘trouvères’ en Frans geleerd. Zeker weten we dat hij van muziek hield. Wanneer hij erg ziek was kon muziek hem troosten. Wanneer zijn religieuze emotie te sterk werd, begon hij soms te zingen, in het Frans (2 Cel 127). Celano vertelt hoe hij hem zag ‘viool spelen’ op twee stokken. Muziek en poëzie vinden hun hoogtepunt in het Zonnelied. Het is niet alleen een geweldig gedicht, het was bedoeld om te zingen. Muziek wordt hier een vorm van pastoraal: hij laat het zingen voor de podestà (burgemeester) en de bisschop van Assisi die in ruzie liggen en de twee verzoenen zich als ze dit horen.

Al die genoemde aspecten maken van Franciscus een sympathieke, aantrekkelijk figuur. Hij was een man met ongewone talenten.

Uit Kennismaking met Franciscus van Walter Verhelst ofm